De Westhoek - 19 mei 2026
Verslag voor medereizigers en thuisblijvers door Patrick, foto's Mieke
Wa peeze gulder van de Westhoek?
Weerom een verrassing in de start. De files en de werken zijn reeds ingecalculeerd, daarover verbazen we ons niet meer. Maar een dubbeldekker als bus is toch een surprise. Dit danken we aan een bijkomende gids die opstapt in Wijschate. Een pracht van een bus met bekwame chauffeur. Bijkomend gevolg is, dat de omvang van de bus verhindert om de parking op te rijden. Dat wordt een kleine wandeling naar de bus en de grootste afstand die we die dag te voet afleggen. Idem bij het einde van de daguitstap.
De aprilse grillen en maartse buien in mei laten weinig outdoor aktiviteiten toe. Geen wandeling, geen terras, geen verzichten en geen stoeltjeslift. De animositeit moet vandaag grotendeels uit de groep komen. Alhoewel we upstairs, downstairs reizen is dat gelukt. Het blijft een gezellige bende. Gids Geert doet zijn introductie en houdt zich verder op de achtergrond. Zegt wat hij moet zeggen en daddist. Vriendelijke en toegankelijke mens anders, niet van te zeggen.
We rijden naar Gijverinkhove, wie heeft er daar al van hoort? Een van de verschillende gehuchten die verspreid liggen rond Alveringem en samen een gemeenschap van 5 000 zielen vormen. Het snertweer heeft zich nog niet doorgezet en groene weiden, klaargemaakte en ingezaaide akkers bieden een ruraal zicht. Je kan zowaar het vochtige grasland ruiken. De zichten zijn weidser, maar de kerktorens zijn talrijker. Elk gehucht heeft zijn kerk. Smalle baantjes slingeren zich door een haag van lintbebouwing, waarin oude -en nieuwe huizen en boerderijtjes elkaar afwisselen.
Na wat bijsturen, voor -en achteruit rijden arriveren we op het Warandehof. De boerderij beslaat 5 ha, wat eerder beperkt is. Betekent dit dat we hier op een doeninge zien van keuterboertjes. Nee, de uitbaters Pol en Katrien zijn ingenieurs en hebben bewust gekozen voor de landbouw. Hoe dat precies verlopen is kan je lezen op hun website. Het oogt hier proper en de ontvangstruimtes blijken hierdoor van recente datum te zijn, maar staan er al van 2005. Katrien de gastvrouw ontvangt ons met taart en pralines, gevuld met rabarbermousse natuurlijk. Ze vraagt of ze haar uitleg in het Westvlaams mag geven, wat mag, maar het plaatselijke dialect van Heuvelland blijft toch grotendeels achterwege. Kwiekke senioren verdelen de bordjes met taart en pralines. Alles draait hier hoofdzakelijk om rabarber, venkel en wat yacon, een Boliviaanse zonnewortel. Rabarber, is voor ons een ordinaire groente die op de mesthoop groeit of in de hoek van de tuin wordt gezet zonder verder omkijken. Na de uitleg van Katrien, zowel binnen als buiten op het veld, denk je daar anders over. Het is een arbeidsintensieve kweek en vraagt de nodige knowhow om die planten tot volwaardige en rendabele vruchten op te kweken. Niet zomaar zaaien of inpoten, maar planten met een onderliggend irrigatiesysteem onder plastiek. De stengel van de rabarber is heel gezond om te eten, maar de bladeren zijn giftig. Voor de groene rabarber is de kweekprocedure minder omslachtig want dat is voor industriële verwerking. Katrien besteed er ook niet veel aandacht aan. Maar rode rabarber wordt vakkundig gekweekt, geoogst en verpakt. Voldoende werk voor Katrien, haar man en de oudste zoon van drie. Terug binnen wordt nog wat culinaire info verstrekt over rabarber, venkel en yacon om daarna de huisproducten aan te prijzen. Wat in de smaak valt zodat haar winkeltje goed draait. Gaan we nu op haar advies op zoek naar verse rode rabarber of venkel bij de (bio)groenteboer?
Op weg naar Wijtschate rijden we toch wel door West-Vleteren zeker en staat de weg naar de Sint-Sixtusabdij aangeduid. Maar stoppen doen we niet en rijden verder voorbij allerlei soorten van eet, drank en andere stopplaatsen die uitnodigen om de innerlijke mens te verwennen. Terzijde van die verwennerij staan er heel wat KMO’s langs de baan. Er wordt hier ook gewerkt. Niet meer voor senioren.
We laten ons verwennen in ’t Oud Kerverijtje in het Heuvelland. Kerverij is het snijden van tabaksplanten. Een teelt die hier verdwenen is. Het is een gezellige brasserie met warm interieur die een origineel concept heeft, combinatie van café met beenhouwerij. Dus niet voor veggies zou je zeggen, alhoewel er een saladebar voorzien is. Toch is het een carnivoren festijn en veel, heel veel maar ook lekker. Niemand klaagt. Na de appero tractatie van de seniorenkas eten we onze buiken rond. Wat bekomen, en terug de baan op.
Onze bestemming is de Sint-Medardus kerk in Wijtschate, waar gids Johann ons opwacht. Hij is de “Eigen kweek” kenner en volgens hem zijn er reeds massa’s groepen ons vooraf gegaan om deze route te volgen. De Sint-Medarduskerk is een eenvoudige, maar stemmige en goed onderhouden kerk. Overdadige praal en decoratie zie je hier niet.
Hier start de “Eigen kweek” route met de vertoning van een video film over het belachelijk Engels, de filmlocaties, markante scenes en bloopers in de serie. Het kondigt zich leuk aan maar door gebrekkige beeld -en geluidskwaliteit is het geen aangenaam kijkstuk. Wat opmerkelijk is, hoeveel jonger Chantal er toen uitziet. Johann haalt nog wat anekdotes boven en vertelt ons dat de scenes in het bordeel gefilmd werden in de pastorie.
Hierna volgt een autocarrit door 8 dorpen en langs 8 bergen, zoals ze dat hier noemen. Dat doen we niet in één beweging. Om te vermijden dat we een appelflauwte krijgen wacht ons een verwenkoffie bij een veeboerderij annex tearoom en zuivelwinkel. Opmerkelijk is hoeveel landbouwbedrijven inspelen op het toeristisch verkeer met accommodatie en voeding. De veestapel huist in een 5 sterren stal. De mestvloer met daaronder de mestkelder wordt gekuist door een robot. De koeien rusten uit op een waterbed en borstels zorgen voor massage van het koeielijf. Bovendien staat de volautomatische melkmachine constant ter hunner beschikking. Een rondleiding op zich waard.
Ondertussen is het weer in die mate verslechtert dat een rit de beste optie is om de omgeving te verkennen. Zoals reeds vermeld geen panoramische verzichten en maken we een kruis over de stoeltjeslift. Van flanken kan je hier niet spreken, maar de ruggen van de getuigenheuvels en de hellingen naar de valleien bieden toch een mooi kijkstuk. Ondertussen vertelt Johann over de omgeving, zoals Mesen, de kleinste stad van België. Een titel die het verkreeg omdat het een faciliteiten gemeente is en daarom niet moest fusioneren. De boompjes die de frontlinie uit WO I markeren met aan de ene zijde rood voor de Duitsers en de andere zijde blauw voor de Fransen, op 100 m van elkaar. Waanzinnig dicht. Hij doet dat dat wel in het dialect, maar ook mondjesmaat. We blijven wat op onze honger zitten voor de karakteristieke uitdrukkingen van het Heuvelland. Wulvergem met zijn vertelling over de heilige Machutus die overnachtte op de walvis, versteend door Willem Vermandere. Of de kerkezulle van Loker die 91 m boven de zeespiegel ligt. De rode berg die zijn naam dankt aan het ijzerzand in de grond. De zwarte berg die in de middeleeuwen bezit was van de familie De Zwarte. Het kleine De Klijte zonder winkels maar wel één café. Dranouter met de Quinten die op zijn fluit aan het spelen is. En Kemmel met den Dries(plein) vol horeca en zijn zoete markt in mei. Je kan dan een wijnglas kopen en bij 16 wijndomeinen gaan proeven. Wat wij ook gedaan hebben, weliswaar niet bij 16. De Hollemeers biedt een prachtig uitzicht over de onderliggende vallei en je kan er de plaatselijke wijn proeven. De meeste gekende zijn De Monteberg en Entre Deux Monts, die nu een nieuw wijnhuis bouwt. In Wijschate stopt de rondrit en nemen we afcheid van Johann.
Dan rest er ons nog één taak, een boterhammetje eten. Dat doen we in Varsenare in Het Oud Gemeentehuis. Ondanks hopeloos slecht weer blijken de senioren toch genoten te hebben van deze uitstap. Een goed programma en goeie ambiance in de groep vraagt niet altijd super goed weer.
Tot de volgende keer,
Mieke en Ginette